Delfshaven is een wijk is in het westen van Rotterdam. Middenin deze wijk liggen twee rustiek ogende haventjes met daar omheen de serene sfeer die kenmerkend is voor Historisch Delfshaven. Een besloten oase van rust in een grote drukke stad die zó anders is dat de vraag kan oprijzen: Waar ben ik nu?

Delfshaven was niet altijd zo sereen. De Delfshavense Schie mondde uit in de Nieuwe Maas bij wat nog steeds de Schiemond heet. Tot in het begin van de twintigste eeuw bruiste het hier van bedrijvigheid met een komen en gaan van binnenvaart- en zeeschepen. Er waren scheepswerven, fabrieken en ambachtelijke ondernemingen. Rond deze havens vond je een zeepfabriek, een azijnfabriek, timmerbedrijven, jeneverbranderijen, mouterijen en metaalwerkplaatsen. Kortom: herrie, drukte en helaas ook vuil en stank. Zoals rondom alle zeehavens in die periode.

Tot 1900 bestond Delfshaven uit niet meer dan enkele straten rond de havens en langs de zeedijk, omgeven door polders met uitgestrekte weidegronden die bij het Delfshavense grondgebied hoorden. Het was dat grote onbebouwde weidelandschap waarin Rotterdam erg was geïnteresseerd, omdat het door de snelle bevolkingsaanwas uit de voegen barstte. Hetgeen in 1886 leidde tot de annexatie.

Voordat Delfshaven opging in Rotterdam was het een zelfstandige, maar weinig draagkrachtige, stad. Het had een stadswapen met als heraldische symbolen de belangrijkste bronnen van inkomsten rond de havens: de twee industrieën die waren gerelateerd aan de haringvangst en productie van graanjenever.